| Nederlandse huisartsen evalueren zelf hun wachtposten | ![]() |
| Geschreven door Dominique Thoelen |
In een recent artikel van Huisarts en Wetenschap (april 2009;52 (4)) blikken onze noorderburen terug op hun ‘grootschalige dienstenstructuren’ voor de wachtdiensten, lees huisartsenwachtposten. Op de vooravond van een reorganisatie van het Vlaamse wachtdienstsysteem is deze Nederlandse literatuurstudie misschien een goede inspiratiebron. WaarnemersVan de Nederlandse huisartsen schakelde in 2005 95% deze wachtposten in ‘buiten de kantooruren’. Ruim 1 000 huisartsen functioneerden als ‘waarnemer’ (wat naar Nederlandse normen zou overeenkomen met 450 FT equivalente huisartsen) die geen vaste huisartsenpraktijk hebben. Zij behouden hierbij hun erkenning als huisarts en genieten van een bijzonder flexibel en deeltijds werksysteem. Meer dan 60% van de Nederlandse huisartsen besteedde hun wachtdienst soms uit aan dergelijke ‘waarnemers’ om de werkbelasting wat te verminderen in drukke periodes. Ontpersoonlijking van de huisartsenzorg?In het artikel wordt ook gereflecteerd over de congruentie van een dergelijke wachtpost met de drie basiskenmerken van de huisartsgeneeskunde, namelijk persoonlijke zorg, continuïteit en integrale zorg. Huisartsen zijn zelf de organisator van de wachtposten en blijven hierbij de basisprincipes van de huisartsenzorg hanteren, waarbij er wel toegang is tot het patiëntendossier (i.v.m. continuïteit). Hierdoor is er enkel een verschuiving van ‘persoonlijke zorg’ (huisarts-patiënt) naar ‘persoonsgerichte zorg’ (op basis van een patiëntendossier). De ‘ontpersoonlijking’ van de huisartsenzorg? Men moet deze evolutie in Nederland ook zien tegen de achtergrond van ‘schaalvergroting’ (solo -naar groepspraktijken), ‘taakdelegatie en taakdifferentiatie’ (via praktijkondersteuning) en behoud van ‘de poortwachtersfunctie’ in een duidelijk gestructureerd gezondheidszorgsysteem met ‘ingeschreven patiënten’. Gebrek aan reguleringDe realiteit en de veranderende tijdsgeest dwongen de Nederlandse huisartsgeneeskunde echter naar een correctie van haar ideologie die voor velen een onbereikbaar doel werd (is), met name het persoonlijk blijven verzekeren van de continuïteit op kleine schaalgrootte. Het NHG draagt samen met het LHV duidelijk bij aan de sturing van dergelijke ontwikkelingen. Het publiek en de huisartsen zelf lijken dit allemaal zonder veel morren te accepteren. Nederland is echter België niet, waar er een plethoramarkt is van eerstelijnsverzorgers zonder enige afspraak of regulering… Dominique Thoelen
|
| Laatst aangepast: do 07.04.2011 |